|
|
Zachte krachten in een harde wereld |
| Preview - terug naar het boek |
HOOFDSTUK 2 IK DOE GEWOON MAAR WATHoe weet jij wat je moet doen als leider?‘Ik doe gewoon maar wat,’ was het antwoord van opvallend veel jonge leiders die we spraken tijdens een onderzoek in opdracht van De Baak, het vermaarde opleidingsinstituut van VNO-NCW. Samen met vriend, voormalig zakelijk partner en coauteur Piet Roodenburg onderzocht ik wat de leiders van morgen beweegt. En ook de vraag hoe ze te werk gaan als leider kwam steevast ter sprake. Leiderschap is een fenomeen dat mij enorm boeit. Mijn eigen carrière stond voor een groot deel in het teken van het benoemen, adviseren, begeleiden en coachen van leiders. Ook nu ik gepensioneerd ben, stel ik mijzelf nog regelmatig die vraag: hoe weet je nu eigenlijk wat je moet doen als leider? Als ik leiders ernaar vraag, herkennen velen hoe frustrerend het is dat ze hun handelen zelf niet goed kunnen verklaren. Ze zijn van nature ontzettend nieuwsgierig en leergierig, maar krijgen juist hier geen vinger achter. Succes hebben ze, maar het liefst zouden ze dat succes ook verklaren. Ik spreek mensen die opbiechten last te hebben (gehad) van het impostersyndroom; het hardnekkige gevoel dat je eigenlijk niet bekwaam bent om leiding te geven, ondanks overtuigend bewijs van het tegendeel. Alsof je jouw succes eigenlijk niet echt hebt verdiend, maar gewoon geluk hebt gehad of, nog verontrustender, misschien zelfs anderen om de tuin hebt geleid. Maar ergens diep van binnen weten ze wel dat ze in staat zijn om leiding te geven. Meer ervaren leiders zijn over het algemeen zekerder over hun functioneren, vertrouwend op de successen die ze al hebben ervaren. Maar ook zij hebben moeite te verklaren wat het is dat ze doen. Verrassend vaak hebben ze geen managementopleiding genoten en zijn ze ‘zomaar’ in een leidinggevende rol gerold. Ze verklaren hun handelen met kreten als ‘het gaat vanzelf’, ‘het is een kwestie van boerenverstand’, of ‘ik volg gewoon mijn onderbuikgevoel’. Ik heb een sterk vermoeden dat dit herkenbaar is voor jou, beste lezer. Sta jij wel eens stil bij de vraag hoe je weet wat te doen als leider? Hoe weet jij welke richting jouw organisatie of team op moet? Op basis waarvan neem jij dagelijks beslissingen? En hoe weet je hoe te handelen in een crisissituatie? Deze vragen hielden mij ook bezig in de tijd dat ik voor het eerst in een leidinggevende rol terechtkwam. Ook ik deed gewoon maar watOorspronkelijk leidde mijn nieuwsgierige aard ertoe dat ik de opleiding medische biologie aan de University of Bristol ging volgen. Nadat ik afstudeerde, verliet ik mijn geboorteland Engeland en verhuisde ik naar Nederland. Daar studeerde ik af en wat later promoveerde ik op het gebied van immunologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Gefascineerd door het wonder van het leven deed ik onderzoek naar de werking van cellen. Als histoloog bestudeerde ik met mijn microscoop weefsels en cellen tot in het kleinste detail, om zo alle eigenschappen en eventuele afwijkingen te ontrafelen. Door in cellen te kijken, hoopte ik ergens ook te ontdekken: hoe werkt het nou precies? Wat maakt dat een cel leeft? Wat gebeurt er eigenlijk tussen de moleculen dat het verschil maakt? Een antwoord op die vraag kreeg ik echter niet. Tot op de dag van vandaag is het een raadsel. In de jaren ’80 maakte ik met de overstap naar het ministerie van Binnenlandse Zaken een radicale carrièreswitch. Daar werd ik na enige tijd verrast door de uitnodiging om leidinggevende te worden. Gesteund door het vertrouwen dat de top in mij leek te hebben, nam ik de uitnodiging aan. Ik werd volledig in het diepe gegooid, kennelijk vanuit het vertrouwen dat ik het kon. Gelukkig bleek ik de verwachtingen waar te maken. Maar wat deed ik eigenlijk? Ik deed gewoon maar wat. De focus van mijn onderzoekende aard verplaatste zich naar het fenomeen leiderschap. Begin jaren ’90 kreeg mijn loopbaan een nieuwe dimensie. Tijdens het eerste paarse kabinet-Kok ontstonden plannen voor de oprichting van de Algemene Bestuursdienst (ABD) om de top van de Nederlandse Rijksoverheid professioneel en strategisch te organiseren. Ik was inmiddels plaatsvervangend secretaris-generaal bij het ministerie en intuïtief wist ik: dát is mijn baan. Dat gevoel had ik nog nooit eerder zo sterk ervaren, maar nu wist ik het zeker. En… ik kreeg de functie. Als de eerste directeur-generaal van de ABD kreeg mijn feeling voor welke loopbanen het beste bij mensen passen heel nadrukkelijk gestalte. Met een fantastische club mensen konden we de top van de Rijksoverheid zo inrichten dat het leiderschap van de hoogste ambtenaren optimaal uit de verf kwam. Door te stimuleren dat iedereen op de juiste plek terechtkwam en te zorgen voor meer mobiliteit. Door meer verbinding te realiseren en ruimte te geven aan nieuwe mensen met goede ideeën. Alles om de kwaliteit van de overheid te verbeteren. Een geweldige tijd van pionieren. Ik had een grondige studie gedaan door veel te lezen over andere landen die een soortgelijke Senior Civil Service hadden. Verder bracht ik een bezoek aan Nieuw-Zeeland, Australië, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om uit eerste hand te horen wat bij hen juist wel of niet werkte. Inmiddels liet ik mijn handelen ook in hoge mate leiden door intuïtie. Ook later als directeur van adviesbureau Alons & Partners, het bedrijf dat wijlen mijn man Anne had opgericht, en tijdens de vele leiderschapstrainingen en coachingsessies met leiders, bleef ik me bezighouden met de loopbanen van mensen en leiderschap. Zelfs nu ik met pensioen ben, kan ik het niet laten om gevraagd en ongevraagd mensen te voorzien van advies over wat te doen met hun werkend leven, en laat het thema leiderschap en de rol die intuïtie daarin speelt me niet los. De ontdekking van intuïtieEigenlijk ben ik altijd op zoek geweest naar een onderbouwing voor wat ik aan het doen was als leider. Ik meende vroeger dat leiderschap in de basis draaide om intellect, om cijfers en beleidsmatige aspecten. Maar in mijn dagelijks werk hield ik mij eigenlijk continu met mensen bezig en handelde ik in hoge mate op gevoel. Op innerlijk weten. Natuurlijk waren er dikke dossiers met feiten, budgetten en analyses, maar er was ook iets wat zei: ‘Is dit het hele verhaal?’ Wat maakt dat ik ‘gewoon’ weet welke kant we op moeten? Blijkbaar deed ik íets goed; de mensen om me heen waren tevreden, de resultaten positief. Maar als wetenschapper vond ik het bezwaarlijk dat ik geen theoretisch kader had voor mijn werkwijze. In bedrijfskunde en bestuurskunde vond ik geen bevredigende antwoorden. En ook de vele boeken over leiderschap leidden niet tot inzichten waar ik écht iets mee kon. Tot ik in aanraking kwam met de mensen van het Empowerment Institute: David Gershon en Gail Straub. Empowerment zou je kunnen omschrijven als de beweging om mensen in hun kracht te zetten. Het bundelt inzichten uit onder andere het boeddhisme (over bewustzijn en compassie), positief denken (de kracht van mindset) en manifestatieleer (de kracht van intentie en verbeelding). Het bood weliswaar geen wetenschappelijke, maar wel een heel concrete onderbouwing van wat ik als leider deed. Namelijk, mensen in hun kracht zetten. Aanvoelen wat ze nodig hebben, het henzelf laten voelen en ze aanmoedigen door hen verantwoordelijkheid, ruimte, vertrouwen en autonomie te geven. Naast een verklaring van wat ik deed, voelde empowerment als een bevestiging dat ik het juiste deed. Alle workshops en cursussen die ik in die tijd volgde, gaven me modellen en handvatten die ik niet alleen zelf kon gebruiken om mijn intuïtie te versterken, maar ook gepassioneerd kon doorgeven. Eerst aan medewerkers en collega’s en later in grotere kring tijdens cursussen en coachingsessies. Door erover te vertellen, maar vooral door het mensen zelf te laten ervaren. En niet alleen leerde ik wat ik met de modellen kon doen, maar ook wat de modellen met mij deden. ‘Ik doe gewoon maar wat.’ Het zijn woorden die me blij maken. Omdat ze worden uitgesproken door integere mensen. Mensen die zich kwetsbaar op durven te stellen; geen rol spelen, maar zichzelf zijn. Mensen met het hart op de juiste plek. Moedige mensen met verantwoordelijkheidsgevoel. Want wat ze eigenlijk zeggen is: ‘Ik doe gewoon wat mijn gevoel, mijn hart me ingeeft.’ Het zijn mensen die hun intuïtie durven te volgen. Ze hebben de moed en vinden het gemakkelijk om ‘gewoon te dóén’. En gemakkelijk betekent niet ‘gemakshalve’. Mensen handelen naar hun intuïtie, nadat ze – hoe snel of langzaam ook – alle alternatieven en verschillende aspecten wel degelijk overwogen hebben. Veel mensen volgen hun intuïtie niet. Ze krimpen in, laten zich te zeer beïnvloeden door angst, door de stem van hun ego of wat ‘de hoogste baas’ of ‘de minister’ zegt. In de systeemwereld waarin we ons bevinden – gericht op regels, structuren, protocollen en verantwoording – is het ook moeilijk om je intuïtie te verstaan. Maar de wereld heeft behoefte aan moedige, intuïtieve leiders. De kunst en kunde van intuïtief leiderschapWanneer is iets materie, wanneer is het geest? Waar ligt de grens tussen ratio en intuïtie? Vertrouw jij in je leiderschap op de feiten of op je gevoel? Natuurlijk is het een combinatie. Naast je intuïtie speelt je denkvermogen een heel grote rol. En kennis van het vakgebied, van organisatieprocessen, van mensen, van veranderingen, van de omgeving, enzovoort. Ratio en intuïtie vullen elkaar aan. Toch ben ik ervan overtuigd dat intuïtie de grootste kracht is van leiders, hun superpower. Met dit boek wil ik mensen bewust maken van die intuïtieve kracht. Ik wil mensen aanmoedigen hun beste gedachten te volgen. Dit boek maakt je niet de perfecte leider, maar biedt je wel handvatten om een betere leider te worden. Mijn ambitie is dat meer mensen de kunst en de kunde van intuïtief leiderschap serieus nemen. Dat meer mensen snappen wat voor unieke gave ze hebben en daarmee een unieke verantwoordelijkheid. Omdat ik geloof dat dat leidt tot een wereld die liefdevoller, gelukkiger en duurzamer is. Over dit boek Intuïtief leiderschap is geen exacte wetenschap. Toch hebben Piet en ik een model gevonden dat kaders biedt voor leiderschap en die deel ik met je. Ik sta in dit boek eerst uitgebreid stil bij wat leiderschap behelst en hoe het werkt. Vanaf hoofdstuk zeven deel ik de inzichten die ik in mijn leven heb opgedaan over intuïtie en de lessen die je helpen om jouw intuïtie aan te scherpen. Er is niet één waarheid als het gaat om intuïtief leiderschap. Het krijgt pas echt betekenis voor jezelf aan de hand van persoonlijke ervaringen en ontdekkingen. Op verschillende plekken in het boek vind je daarom vragen die je helpen te reflecteren en je bewust maken van hoe leiderschap voor jou werkt en welke rol intuïtie daarin speelt. Ook de ervaringen van anderen kunnen je onderweg inspireren en bevestigen. Daarom hebben we voor dit boek 27 gesprekken gevoerd met ervaren leiders die hun persoonlijke belevenissen en lessen met ons deelden. Ik heb hun verhalen ervaren als een enorme verrijking. Hun boodschappen en ervaringen zijn verwerkt in dit boek en de meest in het oog springende, herkenbare en inspirerende uitspraken vind je als quotes verspreid door de hoofdstukken. In het dankwoord vind je een beknopte beschrijving van alle respondenten. Met dit boek hopen we je niet alleen de bevestiging te geven van wat je misschien allang intuïtief doet en weet, maar ook handvatten te bieden om er woorden aan te geven en je intuïtie te versterken. Om op die manier het gesprek over intuïtief leiderschap mogelijk te maken en verder te verdiepen, voor jezelf en met anderen. Last but not least wil ik ook zeggen dat dit boek niet alleen voor leiders is. Hoe intuïtie in leiderschap werkt is de focus. Intuïtie en leiderschap zijn namelijk de twee gebieden waarin ik mij het meest grondig heb verdiept. Maar ik hoop en denk dat de inhoud ook interessant is voor iedereen die zijn intuïtie wil versterken. Voor leraren, artsen, ondernemers, verpleegkundigen, politie, creatievelingen en alle anderen die zich dagelijks geïnspireerd weten door die wonderbaarlijke zachte ingevingen. Ik hoop dat het boek je aanmoedigt om meer bewust te zijn van de verrijkende kracht van intuïtie. MagieMisschien heb jij ook wel het gevoel dat je ‘gewoon maar wat doet’. Dat woord ‘gewoon’ intrigeert me. Het is een woord dat de meeste Nederlanders dagelijks wel ontglipt. Het gaat over vanzelfsprekendheid. Maar hoe vanzelfsprekend is het eigenlijk dat je instinctief weet welke koers je moet varen of op wie je kunt rekenen als het eropaan komt? Dat je anderen weet te inspireren om samen met jou een visie werkelijkheid te maken? En daarbij, waarom hebben we het er eigenlijk niet over? In de vraaggesprekken met leiders bleek keer op keer dat er vrijwel nooit over wordt gesproken. Niet dat ze het belang er niet van inzien: ‘Ik denk dat het belangrijk is dat we hier meer over praten,’ zei iemand. En een andere leider zei: ‘Ik had wel eerder iemand willen ontmoeten die me had gezegd dat het volgen van mijn intuïtie me goed afging. Dat hebben mijn resultaten wel bewezen.’ Wat gewoon lijkt en voelt, is in mijn ogen iets heel bijzonders. Ik vind het iets magisch hebben. In dit boek duiken we in die verwondering: Hoe weten leiders intuïtief wat hen te doen staat? Hoe herkennen anderen dat leiderschap? Wat maakt intuïtie tot zo’n bijzondere kracht voor leiders en hoe kun jij die kracht (nog beter) leren gebruiken? ‘Ik wist niet wat ik moest doen in mijn eerste leidinggevende functie, maar voelde wel duidelijk welke richting ik op wilde. De stip op de horizon was me volstrekt helder. En ik wist wat ik nodig had om te beginnen: een tafel, een stoel en een telefoon.’ |
Klik hier om de preview als pdf te downloaden |
Bestel het boek bij Amy en Eva | Managementboek.nl | bol.com | Libris.nl | Bruna.nl | Zoek een boek | Athenaeum/Scheltema | Donner |
| Terug naar het boek | Meer informatie over de auteur |
|